Pensioenvormen

De Pensioenwet schrijft voor dat je ouderdomspensioen, pensioen voor na je pensionering, in 1 van onderstaande 3 overeenkomsten moet worden uitgevoerd. Dit zijn de enige toegestane pensioenvormen in Nederland.

Uitkeringsovereenkomst

Een uitkeringsovereenkomst wordt ook wel middelloon- of eindloonregeling genoemd. Hiermee bouw je pensioen op in de vorm van een gegarandeerde levenslange uitkering

Bij een uitkeringsovereenkomst liggen alle risico’s op winst of verlies bij de pensioenuitvoerder. Denk hierbij aan rente- en beleggingsrisico’s. Maar ook op het risico dat mensen in de loop der jaren langer blijven leven (langlevenrisico) en de pensioenuitvoerder langer moet uitkeren. Een uitkeringsovereenkomst is daardoor relatief duur voor een werkgever. En relatief risicoloos voor werknemers. Werkgevers die niet onder een verplicht gesteld pensioenfonds vallen, stappen daardoor steeds vaker over naar een premie- of kapitaalovereenkomst. Doordat de uitkeringen gegarandeerd is, mensen langer leven en de rente op dit moment erg laag is, hebben veel pensioenfondsen momenteel problemen met hun dekkingsgraad.

a. Middelloonregeling

  1. Bij de middelloonregeling bouw je pensioen op over je gemiddelde loon gedurende je loopbaan. Hierbij bouw je maximaal 1,875% pensioen over je pensioengrondslag per jaar op. Bij een dienstverband van 40 jaar, kom je hierbij uit op een pensioenuitkering van 75% van je gemiddelde inkomen tijdens je loopbaan.

Voorbeeld: pensioengrondslag is gedurende loopbaan gemiddeld € 40.000,-, dan 40.000 * 1,875% * 40 = gegarandeerde jaarlijkse pensioenuitkering van € 30.000,-.

Een werkgever kan besluiten om de werknemers minder pensioen op te laten bouwen dan het maximale percentage, bijvoorbeeld 75% van het maximale percentage.

b. Eindloonregeling

Een eindloonregeling is gebaseerd op het loon wat je verdient aan het einde van je loopbaan. Hierbij bouw je maximaal 1,657% pensioen over je pensioengrondslag in het laatste jaar voor pensionering op. Bij een dienstverband van 40 jaar, kom je hierbij uit op een pensioenuitkering van 66,28% van je salaris vlak voor pensionering.

Een werkgever kan besluiten om de werknemers minder pensioen op te laten bouwen dan het maximale percentage, bijvoorbeeld 75% van het maximale percentage.

Kapitaalovereenkomst

Met een kapitaalovereenkomst, bouw je een gegarandeerd kapitaal op pensioendatum op. Dit kapitaal moet je op je pensioendatum gebruiken om periodieke pensioenuitkeringen aan te kopen.

Qua opbouw lijkt de kapitaalovereenkomst op een mengvorm tussen een middelloonovereenkomst en een premieovereenkomst. Je bouwt pensioen op over je gemiddelde loon gedurende je loopbaan. Per jaar bouw je maximaal 1,875% over je pensioengrondslag per jaar op. Dit wordt door de pensioenuitvoerder direct omgezet in een deel van het gegarandeerde kapitaal. Na 40 jaar heb je hiermee een gegarandeerd kapitaal opgebouwd, waarmee je in theorie een pensioenuitkering kunt aankopen van 75% van je gemiddelde salaris gedurende je loopbaan.

Het beleggingsrisico ligt hier bij de pensioenuitvoerder, het renterisico (risico op een lage rente op moment van pensionering) en het langlevenrisico ligt hier bij de werknemer. Met de huidige lage rentestanden en hogere levensverwachting, kan men met hetzelfde kapitaal nu lagere pensioenuitkeringen aankopen dan enkele jaren geleden.

Premieovereenkomst

Bij een premieovereenkomst, ook wel een beschikbare premieregeling genoemd, stort je werkgever een periodieke premie in een persoonlijk pensioenpotje. De hoogte van deze premie is een bepaald percentage van je pensioengrondslag. Dit percentage is afhankelijk van de premiestaffel die je werkgever hanteert.

De premie die in je persoonlijk pensioenpotje wordt gestort, wordt door de pensioenuitvoerder belegd. Het beleggingsrisico, dus de kans op beleggingsverlies of -winst, is hierbij voor jou. Je geeft zelf aan hoeveel (beleggings)risico je wil nemen; defensief (voorzichtig), neutraal (gemiddeld) of offensief (gewaagd). Op de pensioendatum moet je met deze beleggingspot periodieke pensioenuitkeringen aankopen.

Het renterisico en langlevenrisico ligt hierbij bij de werknemer. Met de huidige lage rentestanden en hogere levensverwachting, kan men met hetzelfde kapitaal nu lagere pensioenuitkeringen aankopen dan enkele jaren geleden. De beleggingswinsten van de afgelopen jaren, compenseren dit weer enigszins.

Voorbeeld: pensioengrondslag is € 40.000,-, staffelpercentage = 8%, dan stort de werkgever dat jaar € 40.000,- * 8% = 3.200,- in het persoonlijk pensioenpotje.

Eigen bijdrage

De pensioenuitvoerder berekent per werknemer en per jaar de pensioenpremie en brengt deze in rekening bij de werkgever. Het staat de werkgever vrij om bij de werknemers een eigen bijdrage in te houden. Of de werkgever een eigen bijdrage rekent, staat in het pensioenreglement. In dat geval geldt de eigen bijdrage voor alle personen die onder dit pensioenreglement vallen en wordt het ingehouden op het bruto maandsalaris van de werknemer.