Pensioenuitvoerders

Werkgevers kunnen bij 3 verschillende pensioenuitvoerders een pensioenregeling voor hun werknemers afsluiten. Valt de werkgever onder een verplicht gesteld bedrijfstakpensioenfonds? Dan heeft de werkgever verder geen keuze; de pensioenregeling moet bij dit pensioenfonds worden afgesloten. Een werkgever die niet onder een verplicht gesteld bedrijfstakpensioenfonds valt, mag wel zelf de pensioen uitvoerder kiezen.

Pensioenfonds

Een Pensioenfonds is een fonds met als enige doel het uitvoeren van een pensioenregeling. Een pensioenfonds wordt aangestuurd door een eigen pensioenfondsbestuur. De deelnemers betalen tijdens hun dienstverband pensioenpremie aan het fonds. Vanaf de pensioendatum betaalt het pensioenfonds maandelijkse, levenslange pensioenuitkeringen.

Binnen een pensioenfonds worden (beleggings)winsten en risico’s gedeeld met alle deelnemers. Mede door de lage rente van afgelopen jaren, hebben veel pensioenfondsen te maken met lage dekkingsgraden en het al dan niet afstempelen van pensioenuitkeringen.

Er zijn 3 type pensioenfondsen:

  • Bedrijfstakpensioenfonds; dit fonds geldt, al dan niet verplicht, voor een gehele bedrijfstak. Denk hierbij aan het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) voor ambtenaren, Pensioenfonds Metalektro (PME) en Pensioenfonds Zorg en Welzijn (PFZW).
  • Ondernemingspensioenfonds; Dit is een pensioenfonds voor de werknemers van een specifieke organisatie. Denk hierbij aan het Pensioenfonds Philips en het Algemeen Pensioenfonds KLM.
  • Algemeen PensioenFonds (APF); Bij dit algemene pensioenfonds kunnen werkgevers zich aansluiten die niet tot de eerste 2 categorieën behoren. Een algemeen pensioenfonds voert pensioenregelingen van meerdere werkgevers tegelijk uit. Vergelijkbare pensioenregelingen van meerdere werkgevers, worden uitgevoerd in een ‘collectiviteitskring’ van een APF. Een APF kan meerdere collectiviteitskringen bevatten. Binnen een collectiviteitskring, worden de (beleggings)winsten en risico’s met alle deelnemers gedeeld.

Pensioenverzekeraar

Valt een werkgever niet onder een verplicht gesteld bedrijfstakpensioenfonds? Dan kan hij zijn pensioenregeling ook onderbrengen bij een commerciële verzekeringsmaatschappij. De pensioenverzekeraar stelt de pensioenregeling op volgens de wensen van de werkgever en stuurt de werknemers een pensioenpolis. Als de werknemer met pensioen gaat, ontvangt de werknemer een pensioenuitkering van de verzekeraar.

De werkgever betaalt een commerciële pensioenpremie aan de verzekeraar. Tegen deze premie wordt de verzekeraar verantwoordelijk voor alle afgesproken risico’s. De problematiek in verband met een lage dekkingsgraad en al dan niet verlagen van pensioenuitkeringen, speelt hierdoor niet bij pensioenverzekeraars.

Premie PensioenInstelling (PPI)

Binnen een PPI kan alleen een premieovereenkomst (beschikbare premieregeling) uitgevoerd worden. In een PPI mag je namelijk alleen sparen en beleggen. Het verzekeren van risico’s zoals arbeidsongeschiktheid en (vroegtijdig) overlijden is niet mogelijk in een PPI. Een PPI kun je hierdoor vergelijken met een bankspaarproduct.

Bij een PPI heeft iedere werknemer zijn of haar eigen pensioenpotje. Op de pensioendatum moet je met dit pensioenpotje periodieke pensioenuitkeringen aankopen bij een pensioenverzekeraar. Vaak werken de PPI en de pensioenverzekeraar samen, zodat de werkgever alsnog bepaalde risico’s kan verzekeren.

Het voordeel van een PPI is dat dit een relatief goedkope manier van pensioen opbouwen is. Omdat iedere deelnemer een eigen pensioenpotje heeft, kan hier ook geen sprake zijn van een lage dekkingsgraad.