Pensioenakkoord

Hij is er; het Pensioenakkoord!

Na een jaar onderhandelen is ie er; het nieuwe Pensioenakkoord. Je hebt het vast opgepikt in het nieuws. Wat betekent dit Pensioenakkoord nu eigenlijk?

Bespreken met achterban

Het Pensioenakkoord is nog niet definitief. Afgelopen week bereikten de politiek, vakbonden en andere belangenbehartigers een akkoord aan de onderhandelingstafel. De meeste vakbond onderhandelaars kunnen zich in dit akkoord vinden. De vakbonden gaan het akkoord nu eerst bespreken met hun achterban. Pas als alle partijen echt akkoord zijn, kan het Pensioenakkoord ondertekend worden.

Wat gaat er veranderen?

Als dit akkoord ondertekend wordt, gaat er veel veranderen voor werknemers die pensioen opbouwen bij een pensioenfonds. Heb je een pensioenregeling bij een verzekeraar? Ook dan ga je wat merken van het pensioenakkoord. Wel in mindere mate.

Verplichte rekenrente komt te vervallen

Op moment moeten Pensioenfondsen verplicht een vaste rekentente hanteren. De hoogte van de rekenrente stamt nog uit de tijd dat de rentetarieven veel hoger stonden. Deze hoge rekenrente zorgt voor extra zekerheid. Het pensioenfonds heeft hierdoor verplicht voldoende buffer om alle toekomstige pensioenen uit te betalen. Maar deze extra zekerheid zorgt er ook voor dat bijna alle pensioenfondsen al jarenlang de pensioenen niet mogen verhogen. Daarbij lopen pensioenfondsen het risico dat ze de pensioenen zelfs moeten verlagen. De verplichte rekenrente komt in het pensioenakkoord te vervallen. Hierdoor verdwijnt ook de extra zekerheid dat er voldoende geld in kas is. Per jaar bekijkt het pensioenfonds, op basis van de beleggingsresultaten, of de ingegane pensioenen wel of niet kunnen worden verhoogd. Werknemers die nog niet met pensioen zijn, krijgen jaarlijks een nieuwe inschatting van de hoogte van de pensioenuitkering. Bij tegenvallende beleggingsresultaten is deze inschatting aan de lage kant. Bij een goed beursjaar is de inschatting van de pensioenuitkering aan de hoge kant. Hierdoor hebben werknemers geen recht meer op een gegarandeerde pensioenuitkering. Echter lopen werknemers ook geen risico dat de pensioenuitkering wordt verlaagd.

Doorsneesystematiek wordt afgeschaft

Op dit moment betalen jongeren verhoudingsgewijs teveel premie voor hun leeftijd. En de ouderen betalen relatief te weinig premie voor hun leeftijd. Deze premie wordt de ‘doorsneepremie’ genoemd en is gebaseerd op solidariteit tussen de verschillende leeftijdsgroepen. Deze doorsneepremie is niet alleen verplicht voor pensioenfondsen, maar ook voor pensioenverzekeraars. Vroeger werkten veel mensen 40 jaar lang voor dezelfde werkgever. Hierdoor was het geen probleem dat je in je jonge jaren teveel premie had betaald. Je profiteerde hier immer op latere leeftijd van. Tegenwoordig is de arbeidsmarkt veel flexibeler en werken mensen niet meer 40 jaar bij dezelfde werkgever. Deze solidariteit, in de vorm van een doorsneepremie, komt te vervallen in het nieuwe Pensioenakkoord.  Straks gaat iedereen de pensioenpremie betalen die bij zijn individuele leeftijd hoort.

Zware beroepen

In het huidige systeem ontvangt een werkgever een boete als hij een werknemer onder de wettelijke AOW-leeftijd, met pensioen stuurt. Werknemers met hogere inkomens hebben vaak zelf voldoende mogelijkheden om te sparen of beleggen om eerder met pensioen te gaan. De werknemers met de lagere inkomens hebben deze mogelijkheid minder. Maar dit zijn veelal wel de werknemers met de zware beroepen. Denk aan bouwvakkers, verzorgenden, stratenmakers en huishoudelijke hulpen. Eerder was in de politieke sprake om per beroepsgroep te gaan beoordelen of een vroegpensioen mogelijk is. In het huidige Pensioenakkoord wordt het voor werkgevers mogelijk om medewerkers met vroegpensioen te sturen als zij onder een bepaalde inkomensgrens vallen. Deze werknemers kunnen, als ze voldoen aan de criteria in hun sector, tot wel 3 jaar eerder dan de wettelijke AOW-leeftijd met pensioen. De criteria per sector moeten nog opgesteld worden. Zaken als aantal dienstjaren en inkomen worden hier zeker in meegenomen. 

Overgangsfase

Bouw je pensioen op bij een pensioenfonds? Dan krijg je straks 2 berekeningen toegestuurd:

  • een met de hoogte van je huidige gegarandeerde pensioenuitkering, en
  • een met de verwachtte pensioenuitkering volgens het nieuwe pensioenakkoord.

Per persoon gaat er sowieso een verschil optreden tussen deze 2 berekeningen. Met name in de groep 40-55 jarigen gaat een verschil ten nadele van de werknemer optreden. Per sector of onderneming moet nog bepaalt worden wie en in hoeverre dit verschil gecompenseerd wordt. 

Hoe nu verder

Al met al zijn nog veel details niet goed uitgewerkt. Vakbonden ervaren momenteel moeilijkheden om het Pensioenakkoord uitgelegd te krijgen aan hun achterban. De FNV heeft de een stemmingsronde met hun achterban zelfs 2 weken uitgesteld. Om het Pensioenakkoord daadwerkelijk in te laten gaan, moeten alle onderhandelingspartijen hun handtekening onder het voorstel zetten. Ik verwacht dan ook dat het Pensioenakkoord niet zonder slag of stoot geaccepteerd wordt in Nederland. Het kan nog maanden duren voordat alle details duidelijk zijn en alle partijen hun handtekening eronder willen zetten. Het kabinet wil vervolgens gefaseerd van 2022 tot 2026 het nieuwe Pensioenakkoord invoeren.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *